dinsdag 1 oktober 2013

Internationale dag van de Ouderen. Mobiel 21 dankt u!

Beste 55-plusser,

Proficiat! Het is vandaag de Internationale dag van de Ouderen. De dag werd vastgelegd in 1990, door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Op een dag als vandaag wordt uw inzet voor de samenleving expliciet erkend en dit wereldwijd! Volgende maand wordt u zelfs een hele week in de bloemetjes gezet tijdens de Ouderenweek van 18 tot 24 november. Het zou fijn zijn mocht de maand december dan de maand van de ouderen worden, en wie weet, in de toekomst wordt uw inzet misschien elke dag wereldwijd erkend? Dat zou niet onterecht zijn, want bijna de helft van al het vrijwilligerswerk wordt verricht door mensen tussen de 55 en 75 jaar. Proficiat daarvoor!

Als organisatie voor duurzame mobiliteit, willen we u vandaag dan ook extra hard bedanken voor uw inzet om ons goede doel mee te promoten! Het is dankzij u dat ons project OV-ambassadeurs zo succesvol is. U gaf vorig jaar net geen 100 keer een workshop waarin u uw kennis rond het openbaar vervoer deelde met 2900 andere ouderen. U zorgde, als Fietsvriendin, ervoor dat heel wat allochtone dames fietsvaardiger werden in het verkeer. Ook uw inzet rond mobiliteit in de vele ouderenraden willen we graag vermelden. Overheen heel Vlaanderen spant u zich in om de (verkeers)leefbaarheid in uw gemeente of stad te verhogen en dit iedere keer opnieuw.

Dus daarom van ons allemaal een welgemeende en warme dankjewel voor al het werk en de massale inzet. Het is meer dan geapprecieerd!

donderdag 12 september 2013

10 jaar Meester op de Fiets

Naar aanleiding van het jubileumjaar brachten we de afgelopen 10 jaar eens in beeld met een infografiek. Zin om mee te delen? Hou u dan vooral niet in?!

donderdag 5 september 2013

Met de fiets naar school?

Dinsdag, op de tweede schooldag, waren drie kinderen tussen 9 en 12 betrokken geraakt in ernstige fietsongevallen. Gisteren, woensdag was de verontrustende raad van de dag: "Stuur kind onder 12 jaar niet alléén naar school!" De kranten berichtten immers dat kinderen pas vanaf die leeftijd in staat zijn om zelfstandig een traject af te leggen. Voor die leeftijd kunnen ze het verkeer nog niet goed genoeg inschatten. Woorden die gelegd worden in de mond van Stijn Daniels, docent Verkeersveiligheid aan de Universiteit Hasselt. Ook de Fietsersbond gaf aan dat 9 of 10 jaar te jong is om kinderen zelfstandig met de fiets het verkeer in te sturen. Dat scheelt al wel 2 jaar. Wat is het dan? Vanaf 11 jaar dan of toch misschien pas vanaf 13 jaar?
 
Ondertussen gaf Stijn Daniëls (vandaag, in De Morgen) aan dat hij verkeerd geciteerd is: “Je kan er onmogelijk een leeftijd op plakken, want alles hangt af van de ervaring en de behendigheid van het kind.” Dat is natuurlijk de kern van de zaak. Een 13-jarige die deze eerste schoolweek voor het eerst met de fiets naar de middelbare school rijdt, en daarvoor steeds op de achterbank van de auto zat, is zonder twijfel een minder geschikte fietser dan een 10-jarige die al vanaf de kleuterleeftijd gewoon is om met de fiets onder begeleiding van papa en mama naar school te rijden.
 
Professor Jan Pauwels van de Leuvense Faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie heeft vastgesteld dat kinderen jonger dan 10 niet in staat om veilig over te steken. Ze kunnen tijd en afstand onvoldoende correct inschatten, een gegeven dat te maken heeft met de ontwikkelingsfase. Vandaar ook dat we zelf zeggen, als richtleeftijd, dat een kind VANAF 10 jaar veilig alleen in het verkeer kan fietsen MITS voldoende ervaring, en AFHANKELIJK van de omstandigheden. Naast de motorische en cognitieve ontwikkeling zijn deze beide factoren immers mede bepalend.
 
Daarom kan je er onmogelijk een vaste leeftijd op plakken. Je mag er niet op rekenen dat je kind van 12-13 jaar kan fietsen. Het gemiddelde kind bestaat niet. Sommige kinderen zijn sneller in hun ontwikkeling dan andere. Toch stelde professor Jan Pauwels voordien vast dat een jonger kind met kilometers in de benen het beter doet dan een ouder kind zonder vergelijkbare ervaring. Die ervaring opdoen gebeurt niet op school. Je leert alleen al doende, in het verkeer en dus onder begeleiding. Stuurvaardig en de verkeersregels kennen is onvoldoende. Anticiperen, zien wat er nu gebeurt en voorzien wat er zál gebeuren, en daar dan gepast op reageren, dat hoort er ook bij. Daar moeten ouders samen met hun kinderen aan werken. Vaak samen fietsen is de boodschap. Echt fietsen leer je op straat. Samen met ouders die vertellen hoe het moet. Zo vroeg mogelijk.
 
Kinderen kunnen niet slechter of later fietsen dan vroeger omdat het allemaal zoveel drukker is geworden op de openbare weg. Ze kunnen in de eerste plaats slechter of pas op latere leeftijd fietsen omdat ze geen ervaring opdoen. Het drukke verkeer schrikt vele ouders af om hun kinderen te voet of met de fiets naar school te laten gaan. Kinderen worden dan ook vaak met de auto naar school gebracht. Het verkeer op weg naar school en aan de schoolomgeving wordt hierdoor nog drukker, waardoor nog meer ouders hun kinderen met de auto naar school brengen... Op deze manier komen we in een vicieuze cirkel terecht! Kinderen leren zich immers niet redden in het verkeer wanneer ze passief op de achterbank in de auto zitten... Alle basisscholen werken aan verkeers- en mobiliteitseducatie. Sommige scholen doen meer. Maar leren fietsen in het verkeer, dat doe je op straat. En daar spelen ouders de hoofdrol.

Zij staan daar niet alleen in. Met ‘Meester op de Fiets’ bevorderen we al 10 jaar, samen met de Stichting Vlaamse Schoolsport en het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid, de fietsvaardigheid bij leerlingen van de lagere scholen. Met dit project kan de school een ‘fietsmeester’ of ‘fietsjuf’ uitnodigen die samen met de leerkracht op school praktische fietseducatie geeft aan de leerlingen. Naast de fietslessen op school met een praktische handleiding, ontwikkelden we ook lesfiches voor meer theoretische lessen in de klas, praktijkfiches per leerjaar, én tips voor fietsvaardigheidstraining thuis (allemaal gratis te downloaden op de website). Een aanrader, want fietsen moet kunnen!

Met de fiets naar school gaan is overigens niet onveiliger: achterbankkinderen zijn even vaak (53%) verkeersslachtoffer dan jonge fietsers (25%) en voetgangers (22%). Met de fiets naar school gaan is goed voor een dagelijkse portie gezond bewegen, is milieuvriendelijk en geeft kinderen een zelfstandige actieradius. Zeker doen dus!

dinsdag 6 augustus 2013

Shoppen of naar zee?

De zomer is officieel begonnen. Als het warme weer wat mee wil, gaan veel mensen naar zee. Sommigen trekken daarvoor naar het buitenland. Andere trekken voor een week of twee naar onze eigen kust. Maar ook een dagje naar zee kan fijn zijn. De meeste autobestuurders hebben wel allemaal al eens vloekend in de file gestaan en wanhopig naar een parkeerplaatsje gezocht. En toch blijven ze terugkeren. Maar de zee is niet de enige vrijtijdsplek die we opzoeken. De solden bijvoorbeeld lokken toch ook telkens heel wat mensen.

 
(foto: www.eltis.org)

Dat mag ons niet verbazen. Vrijetijdsverkeer veroorzaakt tegenwoordig immers al een kwart van de afgelegde kilometers en een derde van de verplaatsingen in de avondspits op een weekdag. Het is bovendien het sterkst groeiende verplaatsingsmotief. Het zal in de toekomst dus in grote mate verantwoordelijk zijn voor files. Een bezoek aan de familie, een namiddag winkelen in de stad of een uitstap naar een pretpark...
koning auto is overal aanwezig.

Liggen duurzame verplaatsingen in onze vrije tijd echt zo moeilijk? En zo ja, hoe kunnen we ook daar een verschuiving teweeg brengen? Collega Vicky duidde een en ander in ons laatste “Inzicht nr.9: Vrije tijd, file-tijd?” Ideaal om tussendoor eens te bekijken op uw tablet in de trein op weg naar zee. Of ergens op een terras, wachtende tot uw partner de buit kan laten zien. Hoe dan ook, veel leesplezier en nog een deugddoende zomer!

maandag 10 juni 2013

Wat steden willen

Steden trekken meer mensen aan dan ooit tevoren. Volgens de Verenigde Naties zal in 2050 de stedelijke bevolking groeien met 85 procent tot 6,3 miljard mensen. Meer dan tweederde van de mensheid zal dan in steden wonen.  In “What Cities Want” – een actuele studie van de Technische Universiteit van München in opdracht van MAN – geven 15 internationale steden informatie over hoe zij hun stedelijk verkeer in en voor de toekomst willen ontwerpen. De steden Ahmedabad, Beirut, Bogota, Istanbul, Johannesburg, Kopenhagen, Londen, Los Angeles, Lyon, Melbourne, München, Sint-Petersburg, Sao Paulo, Shanghai en Singapore tonen de mogelijkheden die hand in hand gaan met verstedelijking.  Voor ons zijn Kopenhagen, Londen, Lyon en München uiteraard het meest interessant. Zelfs vandaag de dag, creëren deze "Global Cities" de randvoorwaarden voor een efficiënte, toegankelijke en ecologische mobiliteit. Voor de lokale burgers en bedrijven is de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van steden én hun kwaliteit van leven van primair belang.

De studie doet een poging om strategieën voor de moderne stadsplanning rond de wereld in kaart te brengen, met een focus op innovatieve verkeersoplossingen voor de metropolen van de toekomst. Ze brengt ook zaken beter in beeld. Zo bestaan er nauwe onderlinge relaties tussen de stedelijke structuur van een stad en de mobiliteit van haar inwoners. Uit de studie blijkt dat vier van de zes steden met de laagste bevolkingsdichtheid tegelijkertijd behoren tot de zes steden met het hoogste aandeel gemotoriseerd vervoer én het hoogste aandeel van personenauto's in het vervoer als geheel.  Het gaat over Melbourne, Johannesburg, Lyon en Los Angeles. Hoe wijder een stad is, hoe meer de bewoners geneigd zijn om een eigen auto te gebruiken om te rijden van A naar B.

Het omgekeerde is ook waar: het lokale openbare vervoer heeft de neiging om vooral goed ontwikkeld te zijn wanneer de bevolkingsdichtheid hoog is. Zo is er ook een relatie tussen een uitgebreid stedelijke spoornetwerk en hogere mate van een beroep doen op openbaar vervoer. De meeste transport experts van de onderzochte steden zien de kwaliteit van plaatselijk openbaar vervoer als een belangrijkste beïnvloedende variabele om de individuele mobiliteitsgewoonten van bewoners te wijzigen. Even belangrijk blijkt de aanwezigheid van een rail-gebaseerd systeem, en de nauw verbonden factor van verminderde reistijd.

Wie meer wil weten, kan hier het document gratis downloaden (Engelstalig, pdf). Interessante lectuur!